|
| Mr. Corn. Jacobsz Ploegh |
"Gods woord geneest de ziel,
De mensch de kreuple leén,
Van beiden komt de eer
Des Hemels God alleen.
Mr. Cornelie Jacobs Ploegh
Ledezetter
En, Clariena Willemsz,
Zijne Huisvrouw
1668."
|
| De z.g. Steenen kamer te Jisp |
"Dat 's Jisp. Daar heeft weleer een man gewoont,Uit de vermelding, dat uit één zalfpot elk kon worden genezen, zouden we den indruk krijgen, dat Mr. Ploegh 'n soort van wonderdokter moet zijn geweest. Jacob Honig Jsz. Jr. vertelt ons echter (in z'n Geschiedenis der Zaanlanden", uitgegeven in 1849), dat de merkwaardige man 'n Europeesche vermaardheid had in het terecht brengen van verstuikte of gebroken ledematen en dat hij in die kunst zoo ver was gevorderd "als mogelijk weinige vóór of na hem geweest zijn." Er bestaat van dezen beroemden geneesheer (gewoonlijk Mr. Knelis genoemd) 'n fraaie afbeelding, waarvan 'n reproductie voorkomt in bovengenoemd boek. Onder het portret staat:
Die een beroemd wondheeler plag te wezen,
ja, die elk uit een zalfpot kon geneezen,
Een meester, die met koninklijk gezag,
De lijdende beheerschte elken dag."
"Dit 's beelt van Meester Ploegh ons Kennemerlantsche wonder,In 1822 is de oude kerk gesloopt. Er is 'n andere voor in de plaats gekomen, slechts half zoo groot als de vorige (Jisp, dat in den bloeitijd onder de Republiek z'n hoogtepunt had bereikt, was later zeer achteruitgegaan). De fraaiste grafzerken werden in de nieuwe kerk overgebracht, maar andere werden buiten 't gebouw neergelegd. Onder deze behooren de twee merkwaardigste van alle. Op één, van gewone grootte, is gegrift:
Die kreupelen doet gaan, gebroken leden heelt.
't Verminkte weer herstelt; een wijs en trou verwonder,
Van 's Hemels gunst en macht (terecht in hem verbeelt)
Dies sal sija lof en kunst steeds door de wereld klinken,
Tot dat wij alle sijn daar Israel niet zal hinken."
Opgeofferd1) aan D.H. Kornelis v.d. Ploegh, Aet. 582) Burgemeester etc. tot Jisp, door sijn G.V.A. Matal de oude.3)
Thaemszoon de Leedsetter, starf in het jaer ons Heeren 1606, den 29 Maert.De tweede, tweemaal zoo lang en tweemaal zoo breed, heeft tot inschrift:
Hier ligt begraven Mr. Willem Taernszoon, Leedsetter, sterf de 11 February 1613. - Nogh Mr. Jacob Cornelisz. Ploegh. Leedsetter ende Mary Jansdochter, zijne huysvrouw. Hij sterf den 24 February 1644. Zij sterf den 8 January 1660. - Nogh Mr. Jacob Ploegh, de soon van Mr. Jacob Cornelisz. Ploegh. sterf 1692 den 12 May out 35 jaar - Nogh rust hieronder dien wijdvermaerden en seer beroemden Burgemeester Cornelis Jacobsz. Ploegh, Leedsetter, sterf den 14 Mei 1696 oud 72 jaren, nogh Klaasje Willems, sijne huysvrouw, sterf den 20 July 1704 oud 78 jaren. Maritje Cornelis Ploegh obyt 30 November 1720 out 59 jaren4).Het geheel is door dezelfde hand gebeiteld en, te oordeelen naar den vorm der letters, uit de 18e eeuw. Het vermoeden ligt dus voor de hand (zegt de auteur), dat iemand deze opschriften uit vriendschap of eenige andere oorzaak, op de grafzerk heeft doen plaatsen.
|
| Een gedeelte van den fraaien gevel van het Stadhuis te Jisp |
"Jefron'n huijsgesel die ging met rype sinnenMaar toen hij de vrijster z'n liefde verklaarde, werd hem geantwoord:
En naer een lang beraed de soete Rachel minnen."
"Word ik mijn leven oyt tot iemands echte wijf,De afgewezen vrijer is eerst zeer neerslachtig. Maar hij bedenkt weldra:
Ik wil een fris, een gaaf, een rap en wakker lijf.
En wie dat niet en heeft, hij zij dan wie hij mag,
Die wensch ik nu ter tijd voor eeuwig goedendag."
"Te Gips is nu ter tijd een wonder handig man,Hij gaat op reis naar Jisp om aan den beroemden ijzeren duim te vragen, z'n kreupele been te genezen. De dokter vraagt hem, of hij niet bang is voor de pijn, die hij zal moeten uitstaan. Naar hij antwoordt:
Die ook het slimste been te rechte brengen kan."
"Doet naer den eysch, En acht dit gantsche lijf niet meer als paerdevleys!"
|
| Interieur der kerk van Jisp |
"Hij gaet de soete moegt met vrolijk veesen groeten"Mr. Willem Taemsz. liet geen zoons na, maar zijn dochters zoon Mr. Jacob Ploegh volgde hem op, zoodat het "leedsetten" toch in de familie bleef. Deze had z'n zoon Cornelis tot opvolger, die 52 jaar lang "reëele wonderen in de heelkunde heeft uitgevoert." Mr. Knelis is de beroemdste geweest van allen. Zoo veel patiënten kwamen dagelijks naar Jisp, om hulp te zoeken, dat 'n aantal herbergen werd bijgebouwd om hun voor 'n tijdlang tot verblijf te dienen5). De zoon van Mr. Cornelis stierf vóór den dood van z'n vader en de beroemdste der "leedsetters" was tevens de laatste. Het was voor Jisp 'n groot verlies.
En: "kreeg dien eygendag van haar een gunstig woord."