Gerrit Grandiek over de Zaanstreek

"De Typhoon" van 18 juli 1963

Uit de dagen van pastoor Duncanus
No. 301


Hoewel een gezegde luidt, dat men „geen oude koeien uit de sloot moet halen," kan men daar soms toch moeilijk van buiten. Vorig jaar december schonken we nl. in deze rubriek aandacht aan het Algemeen Noodwendig Woordenboek der Zamenleving, dat ruim 100 jaar geleden werd uitgegeven te Amsterdam omdat daarin vrij uitvoerig wordt ingegaan op de geschiedenis der Zaandorpen. Met betrekking tot Wormer haalden we toen aan, dat onder de vermaarde mannen van die gemeente o.a. vermelding verdiende Antonius Hovaeus of Van Hofen, beroemd godgeleerde en dichter, die een boezemvriend van den nog vermaarderen Cornelis Musius was en die tot het aanzienlijke ambt van abt van Epternach geraakte.
We konden deze mededeling toen niet op juistheid toetsen, doch we hebben nu redenen om aan te nemen, dat deze Antonius van Hofen in ieder geval geen geboren Wormer was.
Een naamgenoot van hem, aan wie hij mogelijk verwant is geweest, was nl. Matthias Hovaeus, een zoon uit de Mechelse handwerkersstand, die te Wormer tijdens het pastoraat vaa Martinus Duneanus (1541-1558) aan de beroemde Latijnse school aldaar zijn priesterstudie voltooide en die naderhand als derde bisschop van Mechelen werd verkozen. Niettemin kan Wormer toch prat gaan op geleerde zonen, zoals de bekende Maynard Man, die van 1509—1526 abt van 't klooster te Egmond was en Willem Petrus Cinnesius, die omstreeks 1540 pastoor was van de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Duncanus, die met hem in 1530 te Leuven studeerde, was zijn oud studiegenoot en collega veel dank verschuldigd. Op weg naar zijn nieuwe standplaats kreeg Duncanus van pastoor Cinnesius een aanbevelingsschrijven mee, bestemd voor zijn vader, die te Wormer woonachtig was en daar het burgemeestersambt had bekleed.
Hij was nog een van de weinig getrouwe katholieken, die de nieuwe pastoor de hand boven het hoofd hield toen de doopsgezinden hem het leven in zijn nieuwe parochie onmogelijk trachtten te maken.
Cinnesius nam de nieuwe herder liefderijk in zijn huis op en bracht hem in contact met enige andere vooraanstaande katholieken, waardoor hij zich in die eerste moeilijke maanden van zijn pastoraat kon handhaven.
Het waren niet alleen geleerden, die de naam van Wormer ver daarbuiten bekend maakten. Ook de koopmansstand bracht dit dorp tot hoog aanzien. Een van deze kooplieden was Jan Dirkxzoon, die in 1473 burgemeester van Amsterdam was en wiens naam zelfs werd vermeld in het oorkondenboek van de Hanze. Hij nam het in 1480 op voor zijn geboorteplaats omdat Gouda het handvest van graaf Floris V, waarbij hij de ingezetenen van Wormer in 1280 vrijdom van jaarlijkse bede en tolrechten verleende, naast zich neer wilde leggen. Een dorpsgenoot van Jan Dirxzoon was Petrus Petri, die schout en burgemeester te Amsterdam was van 1556 tot 1572. Na de hervorming wilde hij zijn katholieke geloof niet vaarwel zeggen om welke redenen zijn goederen werden geconfiskeerd en hij buiten de landsgrenzen werd verbannen.
Pastoor Duncanus toonde zich niet alleen een hardnekkig bestrijder van de doperse denkbeelden, doch hij zuiverde ook het katholieke geloof van vrome misvattingen. Bij zijn komst te Wormer was het hem opgevallen, dat in zijn parochie een geklede heilige aan het kruis werd vereerd, die het volk de naam van Sinte Helper had gegeven. De nieuwe pastoor toonde zijn volgelingen aan, dat met deze helper niemand ander dan Christus was bedoeld, die naar oude opvattingen, afkomstig uit Lucca, ook gekleed aan het kruis werd afgebeeld als de triomferende Zaligmaker. In de latere Middeleeuwen gaf dit aanleiding tot verwarring en zo noemde men deze figuur o.a. Sint Helper of Ontkommer, waarmede men aan wilde duiden, dat men hem kon bidden om uitkomst bij allerlei noden. Niet alleen in Wormer, doch ook in verscheidene Duitse steden, zoals in Bremen en Lübeck, kende men deze St. Helper devotie. Dezer dagen werden wij opmerkzaam gemaakt op een oud zegel van 1511 uit Nutlo, nu behorend tot de Duitse gemeente Diepholz, die Sint Helper afbeeldt. In deze plaats heerste echter geen onzekerheid want hier werd bij deze mystieke figuur vermeld, dat Hij de Zaligmaker zelf was.
Omdat dit zegel interessante vergelijkingspunten biedt met dat van Wormer van 1570, zoals de baard en de linten ter weerszijden van de kroon, plaatsen wij het hierbij. Degenen, die zich voorstander tonen van de theorie, dat met het verbonden hoofd van Wormer oorspronkelijk Christus werd weergeven, kunnen daarmee hun veronderstelling nog meer houvast geven, temeer omdat ook in Wormer de kroon als variatie op de hoofdtooi voorkomt.
G.