spits-transitie


De tekening van Cornelis Pronk in de Atlas van Schoemaker.

De geaquarelleerde tekening in Oost-Indische inkt van Hendrik Tavenier.

De aantekening in potlood op de achterzijde van de tekening van Tavenier.
De oudst bekend tekening van de beschuittoren is die van Cornelis Pronk in de Atlas van Schoemaker. De tekening is van 1730.
De tweede tekening is die van Hendrik Tavenier in de collectie van Jacob Honig. Achterop die tekening staat de vermelding "1793".

In het Zaanlandsch Jaarboekje van 1854 staat een tekening van Cornelis Bruinvis, maar die is nagetekend van de tekening van Tavenier. Merkwaardigerwijs staat daarbij als datum 1789 vermeld.

C. Mol schrijft in "De Speelwagen" (1946, blz. 327) dat de Beschuitstoren aanvankelijk voorzien was van een zeer fraai bewerkte spits, die echter in 1805 wegens bouwvalligheid vervangen werd door een minder fraai houten bovenstuk.
Mol vermeld hier twee feiten, ten eerste het jaar van de transitie - 1805 - en ten tweede de reden daarvan - bouwvalligheid.
In de archieven van Wormer is echter niets te vinden over de vervanging van de spits.
Het is Jacob Honig, die voor het eerst melding maakt van de vervanging, en wel in het Zaanlandsch Jaarboekje van 1854. Hij schrijft op bladzijde 55: "De teekenaar schetste den toren, vóór dat hij de spits verloor, die in 1804-5 er afgenomen werd en daardoor is de plaat des te merkwaardiger."

de tekening van Bruinvis

Aangenomen mag worden dat Bruinvis zijn tekening maakte op verzoek van zijn vriend Jacob Honig en speciaal voor het Zaanlandsch Jaarboekje van 1854.
Bruinvis heeft daarbij de tekening van Tavenier als voorbeeld genomen; iets anders was er immers niet, op de tekening van Pronk na.
Bruinvis dateerde de tekening met "1789", waaruit de conclusie mag worden getrokken, dat de in potlood aangebrachte vermelding op de achterzijde van het voorbeeld toen nog ontbrak.
De vraag is dan ook, wanneer is die vermelding aangebracht? En waarom meende men toen dat het jaartal 1793 het juiste was?

Het lijkt er overigens sterk op, dat Bruinvis niet heeft nagetekend van Tavenier, maar van Jacob Cornelis Wendel, die zijn tekening op verzoek van Bodel Nijenhuis in 1851 maakte.

Sipke Lootsma, "De beschuitbakkerij te Wormer en Jisp" in "Historische Studiën over de Zaanstreek", 1939

Een afbeelding van den „Beschuitbakkers"- of „Beschuitstoren" in zijn oorspronkelijken staat heeft ons C.W. Bruynvis, de vriend van Jac. Honig, bewaard. De laatste schrijver liet deze reproduceeren in jaargang 1854 van het Zaanlandsch Jaarboekje tegenover de titel-pagina. Zoo zag de toren er nog uit in 1789, toen hij werd geteekend. Den spits nam men er af in 1804/5. Van den toen minder-sierlijk geworden toren bestaan meerdere foto's en teekeningen.